Allah ﷻ heeft vijf dagelijkse gebeden verplicht aan de moslims, die plaatsvinden gedurende de dag en de nacht. Hij I heeft de volgende tijden daarvoor bepaald:

Het gebed van de dageraad (salaat al fajr): het bestaat uit twee gebedseenheden (raka’aat, enkelvoud: rak’a); het begint bij de dageraad, wanneer het eerste licht van de dag verschijnt, en duurt tot zonsopgang.

Het middaggebed (salaat adh dhuhr): dit bestaat uit vier gebedseenheden; het begint als de zon naar het westen begint te zakken vanuit het midden van de hemel en eindigt wanneer de schaduw van een voorwerp een gelijke lengte heeft als het voorwerp zelf tezamen met de lengte van de schaduw die het voorwerp had wanneer de zon op zijn hoogtepunt was.

Het namiddaggebed (salaat al ‘asr): dit bestaat uit vier gebedseenheden; het begint wanneer de tijd voor dhuhr voorbij is en eindigt met het ondergaan van de zon. Wanneer de tijd van dhuhr eindigt en de tijd van ‘asr dus begint dan heeft de schaduw van een voorwerp een gelijke lengte als het voorwerp zelf, tezamen met de lengte van de schaduw die het voorwerp had wanneer de zon op zijn hoogtepunt was. Moslims dienen dit gebed te verrichten voordat de zon haar intensiteit verliest en gelig wordt.

Het gebed van de zonsondergang (salaat al maghrib): dit bestaat uit drie gebedseenheden; het begint bij zonsondergang – wanneer de zon onder de horizon verdwijnt – en eindigt met het verdwijnen van de rode gloed (de avondschemering) aan de westelijke horizon.

Het gebed van de late avond (salaat al ‘ishaa’): het bestaat uit vier eenheden; het begint wanneer de schemering volledig is verdwenen en duurt tot middernacht. Het kan echter ook kort voor de dageraad worden verricht als het nodig is en de reden islamitisch acceptabel is.
Het is toegestaan voor een moslim om een tabel met gebedstijden te gebruiken. Hij hoeft niet zelf te berekenen wanneer de voorgeschreven gebedstijd is aangebroken. |